Militair pistool
De eerste oefening bestaat uit een precisieserie van 6 schoten op 1 schijf, afstand 25 meter in 3 minuten in de staande houding.
De tweede oefening bestaat uit een snelvuurserie van 6 schoten op 1 schijf, afstand 20 meter in 15 seconden in de staande houding.
De derde oefening bestaat uit een snelvuurserie met vuur verdelen van 6 schoten op 2 schijven, afstand 20 meter in 12 seconden in de knielende houding (max. 3 schoten per schijf).
De vierde oefening bestaat uit vuur verdelen van 6 schoten op 3 schijven, afstand 15 meter in 9 seconden in de staande houding (max. 2 schoten per schijf).
Alvorens aan de proefschoten en de wedstrijd te beginnen, krijgt de schutter drie (3) minuten de tijd om zich te installeren op de schietbaan.
Voordat de wedstrijd begint, mogen 6 proefschoten worden afgevuurd in 3 minuten (als oefening l).
De baancommandant start een serie met het commando "WAPENS LADEN" en noemt de serie en de tijd. De schutter mag proefaanslagen maken. Tijdsduur ẻẻn (1) minuut. Daarna volgt het commando "ATTENTIE". Op dit commando, met uitzondering van proef en eerste oefening, moet de "VAARDIGHOUDING" worden aangenomen of een schutter moet te kennen geven "NIET GEREED" te zijn.
Gebeurt dit niet binnen drie (3) seconden dan begint de oefening.
Als een schutter binnen drie (3) seconden "NIET GEREED" meldt, dan wacht de baancommandant 15 seconden en geeft opnieuw het commando "ATTENTIE" en start vervolgens de oefening.
Een oefening wordt begonnen door middel van een KORT FLUITSIGNAAL.
Elk schot hierna afgevuurd, telt mee in de wedstrijd.
Aan het eind van elke serie volgt het commando "WAPENS ONTLADEN".
De schutter ontlaadt dan op de volgende manier: Bij pistolen het magazijn uitnemen, de kamer leeg maken en met de slede geopend het wapen ter inspectie aan de baancommandant laten zien. Bij revolvers de cilinder leegmaken en buiten het frame gekanteld laten zien. Nadat de baancommandant zich daadwerkelijk ervan heeft overtuigd dat het wapen ontladen is mag de schutter het wapen neerleggen of
holsteren. De baancommandant geeft hierna de baan vrij.
Knielend:
De schutter knielt op de knie aan dezelfde zijde als de hand waarmee het wapen wordt vastgehouden en afgevuurd, of de schutter knielt op de knie aan de andere zijde als de hand waarmee het wapen wordt vastgehouden en afgevuurd, waarbij het lichaam (beide schouders) een lijn moeten vormen met de schiet-as.
Voor beide houdingen gelden de volgende aanvullingen: De schiethand en -arm dienen geheel vrij naar voren te worden gehouden in de richting van de schijf. Hierbij mag men zodanig zitten dat een deel van het zitvlak op de hiel rust. Het gebruik van een knielkussen is verboden. De andere hand of arm mag niet worden gebruikt om het lichaam of delen van het lichaam te ondersteunen.
| Volgende > |
|---|